Verslaving als een keus

Verslaving als een keus (deel 1)

De meeste theorieën over verslaving en de bestrijding of het overwinnen van verslaving komen voort uit het idee dat aan het wel of niet gebruiken van een middel een beslissing ten grondslag ligt. In de loop der tijd is daar een grote verscheidenheid van visies uit voort gekomen. De ontwikkeling van deze zienswijze start met idee dat het gebruik van en middel berust op een rationeel keuze. Iemand neemt goed geïnformeerd een beslissing op basis van vaststaande voorkeuren.

Latere visies gaan er van uit dat iemands voorkeuren niet zo stabiel zijn, ze zelfs van moment tot moment kunnen wijzigen. Ook zijn er binnen deze stroming, theorieën die laten zien dat er zaken kunnen spelen waardoor er een irrationele keus wordt gemaakt. Al deze theorieën bij elkaar verklaren veel hoe verslaving in elkaar zit. Maar er blijven dan toch nog vragen over. Theorieën die buiten deze stroming vallen proberen daar weer een antwoord op te geven. Ook daar zal in komende nieuwsbrieven aandacht  aan worden besteed.

Maar nu eerst “Verslaving als een keus”. Te beginnen met:

Verslaving als een rationeel keus, op basis van informatie en stabiele voorkeuren.

In deze theorie is verslaving een bewuste keus. Geïnformeerd en bewust van eigen voorkeuren weegt de verslaafde rationeel af wat de voordelen zijn en wat de nadelen. De verslaafde is bereid de ongewilde, negatieve gevolgen te accepteren omdat aan de voordelen een grotere waarde wordt gegeven. Er is zelfs een theorie die zegt dat je het gedrag van verslaafde kan verklaren en voorspellen middels een economisch model. Aan alle consumptie middelen wordt een waarde toegekend, die gebaseerd is op de in de persoon aanwezige  stabiele voorkeuren.

Wel kunnen deze voorkeuren toenemen door herhaald gebruik. Dit geldt dus voor alle genotsmiddelen, ook voor de middelen die we als verslavend beschouwen. Zolang de verslaafde de kosten (inspanning, geld, eventueel inleveren van gezondheid) over heeft voor het gebruik gaat hij door. Een andere theorie zegt dat iemand bewust kiest voor het gebruik van een verslavend middel omdat hij hiermee de intentie heeft zijn of haar psychologische symptomen te behandelen. Dit wordt het zelfmedicatie model van verslaving genoemd. Het kunnen psychologische stoornissen betreffen, maar ook zorgen of depressies die voortkomen uit levensgebeurtenissen.

Als de voordelen van het middel de nadelen ervan ‘overtreffen’

Soms kunnen de voordelen van het middel de nadelen van het middel daadwerkelijk overtreffen, in ieder geval in de ogen van de persoon zelf. Denk bijvoorbeeld aan de jeugdige roker. Gezondheidsschade over dertig jaar, zegt de jeugdige roker niet zoveel. Bij de groep horen, je zekerder, je volwassener voelen kan wellicht belangrijker zijn. Het kan ook zo zijn dat het middel de omstandigheden niet werkelijk beter maakt – maar dat  de betrokken persoon dat denkt.

Bijvoorbeeld, veel rokers zullen ‘stress vermindering’ noemen als een belangrijke reden om te blijven roken, hoewel in onderzoeken rokers hogere niveaus  van spanning rapporteren dan niet-rokers. We zien ook dat als rokers stoppen met roken hun stress niveau daalt en dat als ze weer gaan roken het stress niveau weer stijgt. Er is ook een opvatting die verslaving vooral ziet als een keus om ontwenningsverschijnselen te bestrijden. Herhaald gebruik van een middel verstoort het lichamelijk evenwicht. Dit heeft ongemak tot gevolg. Bewust wordt er gekozen om het middel weer te gebruiken om het ongemak te doen verdwijnen.

Een aanpassing van de theorie is dat een beslissing vaak niet alleen gemaakt  wordt op basis van de  feiten, maar meer nog op basis van iemands verwachtingen. Die kunnen waar zijn, maar ook onwaar.

De kritiek

Een weloverwogen beslissing op basis van de juiste informatie heeft in de meeste gevallen niet plaats gehad. De risico’s worden in aanvang meestal te laag ingeschat. Zowel de gezondheidsrisico’s als het risico om zelf verslaafd te worden. Ook daarna zal het op maken, van een balans vaak gekleurd zijn door de omstandigheden waarin men verkeert. Ook het belang wat iemand aan een voordeel of nadeel geeft en iemands voorkeuren zelf kunnen van moment tot moment verschillen.

Daarnaast zien we dat als op basis van de ervaren nadelen besloten wordt te stoppen met het gebruik, bijvoorbeeld met roken, dit ondanks alle inspanning niet altijd lukt. Vaak wordt achteraf betreurd dat men ooit begonnen is. Ook dit pleit niet voor de opvatting dat de verslaving een gevolg van een weloverwogen keus is geweest.

Er van uitgaan dat een verslaafde niet goed geïnformeerd is, en er wel voor zou kiezen om niet verslaafd te zijn als hij beter geïnformeerd zou zijn klopt ook niet altijd. Ook in kringen waar men zeer goed geïnformeerd is, denk bijvoorbeeld aan de medische beroepen, wordt nog steeds gerookt.

De opvatting dat de reden van verslaving gezocht kan worden in de problemen, ziekte of zorgen die iemand heeft, lijkt zeker in een aantal geval te kloppen. Toch kan dit niet de verklaring zijn  voor alle verslavingen. Bij menig verslaafde zijn er geen onderliggende problemen en is de verslaving zelf het enige probleem.

Kunnen andere theorieën het beter verklaren?  Daarover een volgende keer meer.